Bron:  Hans Weber 
amerika21 30 juni 2021 ~~~ 

De jonge verzetsstrijders zijn geen vandalen, zoals de regering verkondigt, maar de kiem van een radicale participatieve democratie

Volgens de Colombiaanse regering van Iván Duque gaat achter de sociale explosie die het land sinds 28 april doormaakt “een opzettelijk, systematisch, stedelijk terrorisme” schuil.

Dit waren exact de woorden van de minister van Defensie, Diego Molano, direct bij het begin van de algemene staking. Dit “low-intensity terrorism” zou door de ELN-guerrilla’s en de dissidente Farc gefinancierd worden. De ultrarechtse ex-president en mentor van Duque, Álvaro Uribe, beweerde bovendien dat “de geïnfiltreerde vandalen” werden gesponsord door Venezuela.

De Colombiaanse pers presenteert ook nog de oppositie-kandidaat voor het presidentschap Gustavo Petro als het duistere brein achter de protesten, met name in het tijdschrift Semana, dat sinds de redactiewissel in november een propagandistisch medium van de regering is geworden. Tegelijkertijd verschijnen de demonstranten, die voornamelijk uit jongeren bestaan, zeer vaak in de toonaangevende media in verband met plunderingen, beschadiging van eigendommen en blokkades. Ook de groene burgemeester van Bogotá, Claudia López, merkte in de eerste dagen van het protest op: “Elke dag is er steeds minder mobilisatie en steeds meer vandalisme.” Zij adviseerde om “sturing te geven aan het protest”.

Een deel van de Colombiaanse samenleving wil de jonge demonstranten dan ook zien als woedende, destructieve puinhopen die ofwel pionnen zijn van manipulatieve oppositieleden en de guerrilla’s, ofwel gewoon gedesoriënteerd zijn. Maar als je kijkt naar hun “punten van het verzet” die zij gezamenlijk hebben opgebouwd, dan zie je een zeer georganiseerde bevolking die autonome, grassroots beslissingen neemt en solidair optreedt.

Wie zijn dat?

Het zijn vooral de jongeren van de steden. Kleine boeren, inheemse en Afro-Colombiaanse gemeenschappen, alsmede vakbonden, organisaties van slachtoffers, milieu-activisten en vele anderen hebben zich de afgelopen weken ook sterk gemobiliseerd naar aanleiding van de oproep van het stakingscomité tot een algemene staking. Jongeren uit grote en kleine steden zijn echter de drijvende kracht achter de recente protestbeweging. Een groot deel van hen, zo niet het grootste deel, woont in de sloppenwijken en leeft volledig buiten het economisch systeem. “Het zijn verontwaardigde jongeren die veel redenen hebben om de straat op te gaan,” vertelt Luisa aan amerika21 (uitvoerder van dit onderzoek). Zij is een activiste van de studentenbeweging aan de Nationale Universiteit van Colombia (Unal) en actief in de verzetshaarden van Bogotá.

“Ze willen werken, ze willen studeren, maar ze zijn door de regering in de steek gelaten”, klaagt Sebastián Mantilla, een activist uit Cali, bij dit portaal. Sommigen zochten hun heil in drugs of moesten stelen.

Een beroemde uitspraak op internet vat de karakterisering van de jonge verzetsstrijders samen: “Ze hebben geknoeid met de generatie die niets te verliezen heeft. Noch een huis, noch een baan, noch gezondheid, noch een pensioen. We hebben niets. Waar zouden we bang voor moeten zijn?” Zo zijn emblematische punten van verzet van Cali zoals Puerto Resistencia (Haven van Verzet) en Puerto Madera (Houthaven) gelegen in de arme wijk Aguablanca. “Het is het meest verwaarloosde deel van de stad,” zegt Sebastián. Het is de plaats waar veel Afro-Colombiaanse ontheemden uit het achterland van de Stille Oceaan de afgelopen decennia naartoe zijn gevlucht vanwege het gewapende conflict.

De extreem zorgwekkende situatie van jonge demonstranten uit de sloppenwijken, die tijdens de pandemie nog is verergerd, is ook in Medellín te zien. Alejandro, een van hen, vertelt aan amerika21 dat hij heeft gezien hoe demonstranten midden in een protest uit pure zwakte flauwvielen omdat ze in dagen niet hadden gegeten.

Een ander deel van de jonge demonstranten die de punten van verzet helpen versterken, bestaat uit universiteitsstudenten. Zij brengen een politiek en sociaal bewustzijn mee dat zij hebben ontwikkeld in de strijd van de studentenbeweging van de laatste decennia. Sommigen van hen woonden in de verzetszones, anderen niet, maar waren er regelmatig aanwezig, vertelt Luisa. “Het is mooi om te zien,” zegt ze, hoe “een verrijkende uitwisseling” “collectief” plaatsvindt in de verzetscentra. Ook universiteitsdocenten namen deel. “In ons departement Sociologie hebben wij bijvoorbeeld het initiatief van zelf-georganiseerde gaarkeukens (ollas comunitarias) in sommige buurten bevorderd. Ter gelegenheid van de gaarkeukens hebben wij in de wijken discussieruimten ondersteund”, aldus Luisa.

In Cali is de universiteit van Valle del Cauca (Univalle) een van de kernen van verzet. Ook studenten van andere universiteiten in de stad hebben zich snel bij de algemene staking aangesloten. Volgens Sebastian heeft een actie van de gerespecteerde DJ Juan de León bijgedragen tot de massale deelname van studenten en zelfs jongeren uit welgestelde milieus aan de eerste dagen van de protesten. Hij live-streamde het hevige politiegeweld in het noorden van Cali voor 106.000 aangesloten kijkers, aldus Sebastián. Tijdens het proces heeft de politie blijkbaar de jonge demonstrant Nicolás Guerrero doodgeschoten. De livestream documenteerde hoe de zwaargewonde 26-jarige door andere demonstranten werd weggedragen.

De uitzending wekte ook verontwaardiging bij jongeren uit “strata” (estratos) 4, 5 en 61, aldus Sebastian. Zij verlieten de “luchtbel” waarin zij tot dan toe hadden geleefd en gingen de straat op. Plotseling waren daar studenten psychologie, geneeskunde en rechten, die hielpen de protesten zo te organiseren “dat we elkaar hielpen om samen weerstand te kunnen bieden”.

Volgens de politicoloog Ariel Ávila is er een derde groep van jonge demonstranten: De werklozen. Ze waren al geïntegreerd in het economisch systeem, ze hadden een baan, maar die zijn ze kwijtgeraakt tijdens de pandemie. De werkloosheid is gestegen tot 14,2 procent. Dat is het op één na hoogste in de regio, na Brazilië. En de armoede bedraagt momenteel 42 procent in Colombia.

Welke band hebben zij met de mainstream linkse bewegingen en partijen?

“Wij behoren tot geen enkele politieke sector, maar hebben ons spontaan georganiseerd,” zegt Alejandro uit Medellín. Ook een vertegenwoordiger van de verzetsvereniging van Cali (Unidad de Resistencias de Cali, URC) verzekert: “Politici of politieke partijen bereiken ons niet”. Een woordvoerster van de zelf opgerichte volksontmoetingsplaats Portal Resistencia (Einde van het Verzet) in Bogotá benadrukt: “Wij willen hier geen politieke partijen”.

De protestbeweging is eerder voortgekomen uit autonome organisaties die zich sinds de golf van protesten eind 2019 hebben gevormd: Bijvoorbeeld de voetbalclubs in Cali, die voor de protesten vijanden waren en nu samen optrekken tegen het politiegeweld, de beweging van graffitikunstenaars in Bogotá, milieugroeperingen of feministische collectieven.

Onder de sociale activisten zijn er echter zeker ook die tot een partij of beweging behoren, legt Luisa uit. Maar geen van de georganiseerde structuren van demonstranten als groep steunt een bepaalde partij of kandidaat. Wat wel duidelijk is, is dat ze allemaal “anti-uribistisch” zijn: Zij keuren de ultrarechtse partij Centro Democrático en haar leider, Álvaro Uribe, die de mentor is van president Iván Duque, af.

De jonge verzetsstrijders, vooral de sloppenwijkbewoners, wantrouwen de staat en het politieke systeem in het algemeen, inclusief “de linksen die zich aan de staatsbureaucratie hebben aangepast”, vertelt de activist Felipe van Cali aan amerika21. Dit verwijst bijvoorbeeld naar “linkse senatoren” die “zichzelf hebben bestendigd” op dergelijke posten.

Hoewel linkse politici of partijen nooit als centrale regering hebben geheerst in Colombia, zien de demonstranten hen als onderdeel van de staatsmacht die hen onderdrukt. Tegelijkertijd hopen zij op een verandering van regering en parlement die Uribe eindelijk zullen onttronen. Zo voert de URC in Cali campagne om de burgers ertoe aan te zetten zich nu te laten registreren voor de volgende verkiezingen en, wanneer het moment daar is, hun stem niet te verkopen, zoals gebruikelijk is in de politieke cultuur van het Colombiaanse patronagesysteem.

In plaats daarvan moedigen URC-woordvoerders mensen aan om “bewust te stemmen op de beste kandidaten”. Sebastián vertelde dat het idee om hun eigen kandidaten voor de gemeenteraad, het congres en zelfs het presidentschap op de agenda te zetten ook op tafel ligt.

Politici van linkse partijen en bewegingen zoals Unión Patriótica, Polo Democrático, Colombia Humana, en enkele van de Groene Partij hebben de protesten steeds gesteund. Sommigen van hen hebben zich ingezet om de verzetspunten te verdedigen. Anderen hebben zich verzet tegen de politie en willekeurige arrestaties van demonstranten voorkomen.

Zo heeft de senator van de beweging “Colombia Humana” (Human Colombia, CH) Gustavo Bolívar een inzamelingsactie opgezet voor de “Primera Línea” (Eerste linie), d.w.z. voor de demonstranten die voor de politie gaan staan om de rest van de demonstranten te beschermen. Daartoe dragen zij vaak helmen, werkhandschoenen, veiligheidsbrillen en ademhalingsapparatuur. Met het ingezamelde geld kocht Bolívar 850 sets van deze apparatuur voor eerste lijnen in het hele land.

Toch is er geen organisch verband tussen de jonge demonstranten en de linkse partijen. Ze handelen autonoom. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de straatblokkades. Terwijl de progressieve en momenteel meest veelbelovende presidentskandidaat, Gustavo Petro, zich uitsprak voor opheffing van de blokkades, zagen de gemobiliseerde jongeren deze als het enige doeltreffende middel om druk uit te oefenen op de regering.

Zeer algemeen onder de demonstranten is de afwijzing van het Nationaal Stakingscomité (Comité de Paro Nacional, CNP). “Het stakingscomité vertegenwoordigt ons niet,” zeggen de demonstranten keer op keer. De CNP zit te veel op één lijn met de gevestigde partijen en organisaties, klaagt Luisa. Het gaat om de “Coalitie van de Hoop” (Coalición de la Esperanza), die zichzelf omschrijft als “politiek centrum”. Zij staat kritisch tegenover Uribe, is gekant tegen corruptie, maar wil geen structurele veranderingen in het huidige politieke en economische systeem.

De vakbonden achter de CNP zien de jonge demonstranten als organisaties die niet erg militant zijn en zich hebben aangepast aan de traditionele politiek, “altijd onderhandelend over kruimels met de centrale staat,” klaagt Felipe. Hun politieke agenda, zegt hij, staat ver af van de eisen van de mensen in de straten. “Ze brengen ons niets”, zegt een van de “moeders in de eerste linie” van het portaal Resistencia in Bogotá. “Dit zijn niet de mensen die we willen voor de dialoog met de regering.”

Hoe organiseren ze zich?

De spontane deelname van veel jongeren uit arme buurten aan de “sociale explosie” veranderde al snel in robuuste, op solidariteit gebaseerde vormen van organiserend verzet. “Dit moment is historisch voor Colombia en mooi,” vertelt Alejandro, uit Medellín. “Mensen die misschien apolitiek waren, leerden elkaar kennen tijdens de demo’s, ze begonnen zich te verenigen, vormden ‘eerste rijen’ en gingen met elkaar netwerken.” Zo ontstond een nieuwe gemeenschap, zegt de in Medellin geboren man.

De ontmoetingsplaatsen voor rally’s, straatblokkades en demonstratiemarsen werden permanente punten van verzet, waar tijdens de eerste maand van protesten bijna dagelijks honderden tot duizenden mensen bijeenkwamen. Sommige van deze plaatsen waren in 2019 al brandpunten van de protesten geworden. Bijvoorbeeld de emblematische “Puerto Rellena” (Bloedworsthaven) in Cali, die door de demonstranten destijds werd omgedoopt tot “Puerto Resistencia” (Haven van Verzet).

In de eerste maand van de algemene staking waren er wel 25 verzetsposten in Cali met namen als “Loma de la Dignidad” (Heuvel van de Waardigheid), “Puente de las Mil Luchas” (Brug van de Duizend Gevechten), of “Paso del Aguante” (Overgangspad van de Volharding). Vroeger werden zij respectievelijk “Loma de la Cruz” (Kruisheuvel) “Puente de los Mil días” (Brug van Duizend Dagen) en “Paso del Comercio” (Overgangsweg naar de Handelszone) genoemd.

Alle blokkadeposten hadden een taakverdeling, vertelde Felipe aan dit portaal: “Er is de eerste linie, die zorgt voor de veiligheid van de mensen bij de blokkade. Er zijn de medische brigades, de mensen die voor de gaarkeukens zorgen, de communicatiegroep, de mensen die de logistiek regelen, kunstenaars en academici die de agenda’s vullen met workshops en lezingen”.

De gaarkeukens werden het middelpunt van alle punten van verzet. “Sebastián: “We waren geschokt toen we van jongeren hoorden dat ze voor het eerst drie maaltijden per dag kregen. Van hun kant hebben de brigades van jonge medici of medische studenten minimale gezondheidszorg gebracht naar verzetshaarden waartoe vele plaatselijke bewoners geen toegang hadden – zelfs niet in tijden van pandemie.

Vaak onder politievuur, fungeren de gezondheidsbrigades ook als ambulanciers. Ze geven medicijnen of reanimeren. Veel slachtoffers van politiegeweld willen niet naar het ziekenhuis omdat ze daar meestal worden gearresteerd. Zelfs psychologische ondersteuning werd op sommige punten georganiseerd door vrijwillige studenten psychologie, vertelt Sebastián ons. De verzetsstrijders worden immers voortdurend blootgesteld aan de terreur van de politie en gewapende burgergroepen.

Ook in andere Colombiaanse steden zijn verzetshaarden opgericht. Bijvoorbeeld in het “Parque de la Resistencia” (Park van het Verzet) in Medellín, dat vóór 28 april “Parque de los Deseos” (Park van de Verlangens) heette. Ook in Bogotá, bijvoorbeeld in de gemeente Usme (Bogotá) bij de “Puente de la Dignidad” (Brug van de Waardigheid), die vroeger “Brug Colsubsidio” heette, of in de gemeenten Suba, Ciudad Bolívar en voorsteden Soacha, Madrid Engativá, onder andere.

Een van deze punten in Bogotá is het plein “Portal de las Americas” (Terminus van de Amerika’s), dat werd omgedoopt tot “Portal de la Resistencia” (Terminus van het Verzet). Het was aan het begin van de “sociale explosie door het leger en de politie omgevormd tot een militair operatiecentrum, waar ze een oorlogshelikopter lieten landen, politietanks parkeerden en militairen stationeerden.

Daarop bezetten sociaal actieve groepen van de gemeente het plein en verklaarden het tot “humanitaire zone”. Zij noemden het “Al calor de la olla” (Op het heetst van de kookpot) vanwege de gaarkeuken die zij daar hadden opgezet en die tot enkele dagen geleden ongeveer 700 mensen per dag voedde. Met de bezetting blokkeerden zij het eindpunt van het omstreden bussysteem “Transmilenio”.

Naast de humanitaire zone biedt Portal de la Resistencia onderdak aan andere collectieven die mensenrechten– en culturele evenementen, sportactiviteiten of workshops over de rechten van vrouwen en de LQTB-gemeenschap of over het milieu organiseren. Een First Line is daar ook actief.

Een van de gemeenschappelijke kenmerken van verzetsbewegingen in het hele land is de afwijzing van centrale leiders. Alles is horizontaal georganiseerd. “We willen geen prominente leider,” zegt Sebastián. “Wat we hebben zijn verschillende groepen leiders die zich met elkaar verbinden”. In die zin “is er een coördinator voor de Eerste Lijn, een voor het voedsel, een die de giften in ontvangst neemt, een, voor de educatieve activiteiten, voor de communicatie, enz”.

Een van de sprekers van Portal de la Resistencia prijst ook de afwezigheid van hiërarchische structuren in de organisatorische dynamiek van de protestgemeenschap aldaar. “Ik vind het een mooie plek omdat alles hier horizontaal is,” zegt ze. “Niemand dicteert hier iemand anders. Het zijn de mensen uit de buurt zelf die met voorstellen komen.” Als zij ondersteuning vinden, zullen zij worden uitgevoerd.

De blokkade

Intussen heeft de regering de meeste blokkades met geweld laten opheffen door de politie en het leger. In de eerste maand van de “sociale explosie” waren ze als paddestoelen uit de grond geschoten in het hele land. Parallel daaraan hebben de regering en de reguliere pers een mediacampagne op touw gezet waarin de blokkades worden afgeschilderd als een bedreiging voor “het leven, de voedselzekerheid en de gezondheid” van het Colombiaanse volk.

Niet alle wegversperringen Cali werden uitgevoerd door de demonstranten legt Sebastián uit. Vooral na de gewelddadige inval van het leger en de politie eind mei. Mensen die geen deel uitmaakten van de protestbeweging kregen 60.000 pesos (ongeveer 15 euro) betaald om wegen te blokkeren. De opdrachtgevers zouden leden zijn van de regeringspartij Centro Democrático. Een Uber-chauffeur vertelde Sebastián dat in zijn buurt mensen die zich voordeden als demonstranten 10.000 pesos (ongeveer 2,5 euro) vroegen om bewoners in en uit de buurt te rijden. “Dat kun je niet doen,” zegt Sebastián. Bij de wegversperringen van de demonstranten zijn nooit doorreisgelden geïnd.

Bij de afsluiting van stads- en plattelandswegen door de demonstranten ging het niet om een bedrijfsmodel, maar om het verstoren van de normale activiteiten om hun stem te laten horen. Alle demonstranten met wie amerika21 heeft gesproken, stellen dat gewone demonstraties niet genoeg zijn om een reactie van de regering uit te lokken. Het is nodig om “ongemakkelijk” te worden, zegt Luisa. “Soms is het nodig om feiten te creëren, vooral in dit land waar we meestal niet gehoord worden”.

“In het verleden maakten we enorme demo’s en daar kwam niets van terecht,” herinnert Sebastián zich. “Het afsluiten van wegen was de enige manier om de regering aandacht voor ons te laten hebben”. Sterker nog, na enorme demonstraties eind 2018 had Duque de studentenbeweging toegezegd te zullen investeren in het onderwijssysteem, wat hij tot nu toe toch niet heeft gedaan.

Andrés, uit Medellín, zegt hetzelfde: “De blokkades zijn het enige middel geworden voor de lokale of nationale regeringen om aandacht te schenken aan de mobilisatie. Als er geen blokkade is, gaat het praktisch onopgemerkt.” Felipe, van zijn kant, uit Cali, beweert: “De blokkade is het enige alternatief voor de reeds afgezaagde demonstratie, die uiteindelijk geen aandacht van de staat oplevert.

Aan de andere kant is er geen “totaal gebrek aan voedsel” geweest, legt Luisa uit. De demonstranten hebben herhaaldelijk de blokkades onderbroken of “humanitaire deblokkades” ingesteld. Het “discours van de onderbevoorrading” is een regeringsstrategie om de protestbeweging te delegitimeren. Sebastián rapporteert hetzelfde. Er zijn tekorten aan bepaalde voedingsmiddelen in grote supermarkten. Welgestelde personen zijn in feite meer getroffen, erkent Sebastián, omdat zij geen “zalm, wijn of dure kaas” hadden.

“Je kunt me niet wijsmaken dat binnen een maand alle bedrijven failliet zijn gegaan,” zegt Sebastián. De lock-down periode was veel langer, aldus de activist. De regering wilde de kleine bedrijven echter niet helpen, investeerde miljarden pesos in de aankoop van politietanks en deed geen moeite voor vaccinaties voor iedereen of een basispensioen voor de behoeftigen om de economie weer op gang te brengen. Het was dan ook “totaal verkeerd” om te zeggen dat het land failliet ging door de blokkades. “En terwijl zij spraken over ‘onderbevoorrading’, zag je zo’n 15 militaire helikopters rondvliegen boven Cali. Waarom heeft de regering ze niet gebruikt om voedsel te vervoeren?”

De voorste linie

Net als in Chili hebben vooral jongeren zich verenigd om hun medestanders te beschermen tegen aanvallen van de politie. Zij vermommen zich vaak om niet door de politie of politie- paramilitairen te worden geïdentificeerd. In een land waar de staat demonstranten vaak willekeurig vervolgt, doodt of laat verdwijnen, betekent het dragen van een kap een veiligheidsmaatregel. In werkelijkheid is er meer dan één regel. Sommige punten van verzet noemen er vier. In Cali, of zes. Sebastián legt de verdeling in Cali uit:

De eerste regel is defensief. Naast beschermende elementen zoals extra dikke werkhandschoenen, veiligheidsbrillen, helmen en ademhalingsapparatuur, die iedereen in de eerste vier rijen draagt, houden de mensen in de eerste rij een beschermend schild vast. De tweede lijn is offensief ingesteld. Daar zijn de jongeren met houten stokken, stenen en verf waarmee ze naar de aanvallende politieagenten gooien. Als het nodig is, gooien ze ook molotovcocktails. De uitrusting is dezelfde als in de eerste regel.

De derde lijn is de steunlijn. Zij is verantwoordelijk voor het terugwerpen van de neergeschoten traangascapsules naar de politie of voor het afdekken of blussen ervan. Het verzamelt de stenen voor de tweede linie en zet barricades op. De leden van de derde linie houden een oplossing van water met soda, en ook melk, klaar om in hun ogen te spuiten om het traangas tegen te gaan.


Mensen die mogelijk apolitiek waren leerden elkaar kennen in de demo’s, ze begonnen zich te verenigen en vormden “eerste linies” Bron: Jonathan Camargo/Twitter

In de vierde linie zitten de geneeskundige verzorger en de mensen die zorgen voor het bergen van de gewonden. “Hier zijn de jonge medische studenten of verpleegsters,” zegt Sebastian. Zij verlenen eerste hulp, geven gewonden injecties en vervoeren gewonden op brancards. In de vijfde regel staan de providers. Zij leveren stenen, voedsel, water, medicijnen en al het andere dat nodig is om de andere lijnen te bevoorraden.

De kameraden, die vanuit hun huizen de inhoud van de protesten viraal maken en met name “de wereld de barbaarsheid van de machthebbers laten zien”, vormen de zesde linie. Er zijn ook mensen bij die alles ter plaatse opnemen. Het zijn jonge communicatiedeskundigen, grafisch ontwerpers en beïnvloeders. “Omdat media als Caracol en RCN alles verbergen, moeten we de sociale media gebruiken om te laten zien wat hier gebeurt,” zegt Sebastián.

Vrouwen doen mee op alle lijnen. “De kracht die wij organisatorisch hebben, is in hoge mate te danken aan vrouwen”, verzekert een lid van de Eerste Lijn van het stadje Buga. “Deze staking is feministisch. Daar is geen twijfel over mogelijk”, zegt een woordvoerder van de eerste linie van de verzetsgroep “Overgangspad van Volharding” in Cali. Zeer populair was de vorming van een “Eerste Lijn van Moeders” op het “Einde van het Verzet” in Bogotá.

Volksvergaderingen

De volksvergaderingen zijn bijeenkomsten waar wijk- of dorpsbewoners een eisenlijst opstellen, maar ook protestacties plannen, samen discussiëren en beslissen over de activiteiten van de verzetshaarden zoals de gaarkeukens, de sportwedstrijden, de culturele manifestaties, enz. “In elk van de 20 gemeenten van Bogotá, bijvoorbeeld Suba, Engativá, Usme, enz., organiseren de inwoners volksvergaderingen. Zij bepalen zelf de gespreksonderwerpen, hun eisen, de communicatieve strategieën voor mobilisatie”, aldus Luisa.

Aankondiging van de volksvergadering in Medellín
Bron: LuzMa Múnera/Twitter

Hetzelfde gebeurt in het hele land. In de gemeenten van Medellín (Comunas) en in de gemeenten van de hele regio Valle de Aburrá, waar Medellín deel van uitmaakt, hebben demonstranten volksvergaderingen gehouden met 40 tot 100 deelnemers, vertelt Andrés. De verzamelde resultaten werden vervolgens besproken en verenigd in grotere bijeenkomsten op het niveau van de gehele Valle de Aburrá.

Ook in Cali waren er volksvergaderingen op elk punt van verzet, zegt Felipe. Zij maakten een dialoog binnen de gemeenschap mogelijk. De frequentie varieerde. In Uniresistencia, bij voorbeeld, de verzetshaard van de universiteit van El Valle, werden dagelijks bijeenkomsten gehouden.

Het proces is in alle gevallen hetzelfde. Een coördinatiegroep roept de vergadering bijeen en stelt de agenda op. Degenen die willen spreken, doen dat. Als er onenigheid is, wordt er gestemd. Bij grote bijeenkomsten, zoals die van de Rijksuniversiteit, met soms wel 2.000 deelnemers, kunnen de discussies erg vervelend zijn, geeft Luisa toe.

In het Portal Resistencia in Bogotá waren activisten van de humanitaire zone “Al calor de la olla” aan het nadenken over de manier waarop zij een lijst van eisen konden vereenvoudigen op bijeenkomsten met ongeveer 1000 mensen. Ze wilden geen “uitputtende vergaderingen van 15 uur, omdat we begrijpen dat mensen werken en niet eeuwig de tijd hebben om 15 uur op een dag te debatteren”, aldus Dani. Zij verzamelden de zorgen van de deelnemers in drie bijeenkomsten en verdeelden deze vervolgens in de categorieën “korte termijn”, “middellange termijn” en “lange termijn” en qua aangesproken regeringsinstanties in “lokaal niveau”, “hoofdstedelijk niveau” en “nationaal niveau”.

Voor de lijst van eisen namen zij de zorgen op korte termijn en vatten die samen. Dit resulteerde in zeven grote thema’s, namelijk regering, politie, gezondheid, milieu, arbeid, onderwijs en cultuur. Vervolgens hebben zij een stemming in de vorm van een referendum gehouden. Zij plaatsten één stembus per onderwerp, waar de bijbehorende lijst met samengevatte eisen hing, en waar alle Colombianen of buitenlanders boven de zeven jaar een stem “ja” of “nee” konden aankruisen en inleveren. Zij verzamelden 3.001 stemmen. 97,6 procent van hen stemde in met de eisen.

Wat vragen ze in de vergaderingen?

De onderwerpen zijn dezelfde op alle vergaderingen met slechts een paar specifieke lokale kwesties. “Als de behoeften dezelfde zijn, zijn ook de eisen en de manieren om ze af te dwingen dezelfde,” zegt Camilo over de “overgangsmanier van volhouden”. Dat zou betekenen “een huis, gezondheid, sport, cultuur, onderwijs en werk.”

Demonstranten in Cali transformeerden een politiebureau (CAI) bij de bibliotheek “Nicolás Guerrero”. Bron: Elizabeth Garavito/Twitter

De lijst van eisen in alle vergaderingen herhaalt in feite de definitieve terugdraaiing van de neoliberale belasting-, arbeidsmarkt-, pensioen- en gezondheidshervormingen van de regering. Zij eisen meer belastingen op de financiële sector en het grootkapitaal, meer vaste banen en minder outsourcing van banen, verlaging van de pensioengerechtigde leeftijd plus hogere pensioenen, intrekking van de 100- en 30-wetten die de vercommercialisering van de gezondheidszorg en het onderwijs mogelijk maken. Zij willen ook dat de regering stopt met het sproeien van glyfosaat en met fracking.

De meeste volksvergaderingen vragen om een tijdelijk basisinkomen voor alle behoeftige economische slachtoffers van de pandemie. Anderen dringen aan op de tenuitvoerlegging van het vredesakkoord.

De lijst van eisen omvat ook specifieke lokale belangen zoals het uitwerken van een oplossing voor de vuilnisbelt “Doña Juana” aan het einde van het verzet, de bescherming van het hooggebergte (páramo) van Barragón in het zuidwestelijke stadje Tuluá, of de stopzetting van de vernietiging van het moerasgebied “Juan Amarillo” in het district Suba van Bogotá. De vergadering aldaar eist dat er een einde komt aan de afpersing van kleinschalige handel door de politie en aan de samenwerking tussen plaatselijke politieagenten en drugsbendes.

Een structurele hervorming van de politie wordt zonder uitzondering geëist in alle lijsten van eisen. De demonstranten willen de afschaffing van de beruchte politie-eenheid tegen de opstand (Esmad), alsmede de demilitarisering van de steden. Allen staan open voor een dialoog met de centrale regering of de stadsregering zodra deze een einde maken aan het brute politieoptreden, de verdwenenen opsporen, de verantwoordelijken voor de doden en gewonden ter verantwoording roepen en een einde maken aan de gerechtelijke vervolging van de demonstranten.

Op weg naar netwerken

Er is momenteel geen eensluidende lijst van eisen van alle verzetsgemeenschappen in het land. Velen van hen zijn echter begonnen met elkaar te netwerken. Zij hebben belangrijke steun ontvangen van de sterk georganiseerde Cric (Inheemse Raad van de Cauca). Het Cric is met honderden en duizenden inheemse mensen naar Cali, Medellín en Bogotá getrokken om de verzetsbewegingen aldaar te steunen.

“Het is tijd om ons te verenigen in termen van een enkele strategie,” zegt Camilo over de “Overgangsweg van Volharding.” Begin juni kwamen 2.000 afgevaardigden van vele verzetshaarden in Colombia bijeen op een “Nationale Volksvergadering” (ANP) in Bogotá en bespraken drie dagen lang de toekomst van de protesten, gemeenschappelijke eisen en actiepaden. De deelnemers kwamen onder meer overeen de ANP uit te roepen tot een “permanent netwerkorgaan”, de verzetspunten te vermenigvuldigen, elke woensdag demonstranten te mobiliseren en volledig onafhankelijk van het nationale stakingscomité op te treden. Van 17 tot 20 juli zal de discussie in Cali worden voortgezet.

Waar zullen ze mee geconfronteerd worden?

“We zijn dag na dag onderweg, zonder te slapen, terwijl we zien hoe ze onze vrienden, families, broers en zussen, neven en nichten, ooms en verpleegsters vermoorden, hoe de kogels van sluipschutters langs onze oren suizen, hoe we het geschreeuw horen van onze vrienden die in de Exito [2] worden gemarteld”, zegt Camilo, lid van een eerstelijn.

De verzetsstrijders worden inderdaad geconfronteerd met ongebreideld geweld van de politie en de para-politie. Vanaf het begin van de protesten heeft de regering massale politie- en, in steden als Cali, militaire operaties op touw gezet. Daar heeft de repressie van de Esmad, het Commando Speciale Operaties (Goes) en de Criminele Opsporingsdienst (Sijin) verscheidene doden en gewonden geëist. Eind mei heeft Duque met decreet 575 de noodtoestand de facto uitgeroepen in acht departementen en 13 steden en gemeenten. Ze werden meer gemilitariseerd.

De mensenrechtenorganisatie “Temblores” heeft 4.285 gevallen van politiegeweld tijdens de “sociale explosie” geregistreerd. In deze periode heeft de politie naar verluidt ten minste 43 mensen gedood. 21 andere gevallen van doodslag die Temblores onderzoekt kunnen ook te wijten zijn aan de politie en paramilitairen.

Het ontketende geweld tegen de protestbeweging vanaf 28 april komt tot uiting in verscheidene repressieve gedragspatronen van de politie en hun civiele bondgenoten. Zo heeft het vaak met vuurwapens geschoten op demonstranten. Alleen al op 2 mei zouden politieleden 20 mensen hebben neergeschoten en 215 mensen hebben verwond met geweervuur.

De Esmad heeft traangaspatronen of projectielen met irriterend gas, schok- en verdovingsmunitie met behulp van het hoogtechnologische Venom-apparaat meestal op onjuiste wijze gebruikt, door ze van dichtbij rechtstreeks op de lichamen van betogers af te schieten. De resultaten: Doden en ernstig gewonden. Alleen al in de eerste maanden van de protesten schoot de Esmad met traangaspatronen de ogen van 65 jongeren uit.

De Esmad is ‘s nachts woonwijken binnengevallen en heeft Venom-projectielen afgevuurd die tegen de ramen en op de daken van huizen ontploften, waardoor “een gevoel van terreur” onder de bewoners ontstond. Evenzo is het gebruikelijk dat de Esmad traangas in appartementen gooit, ongeacht of er kinderen of bejaarden binnen zijn. Na zo’n operatie is bijvoorbeeld een 86-jarige man in Risaralda overleden. In een ander geval in Cali heeft het gas geleid tot de verstikking van een twee maanden oude baby.

Zelfs in woonwijken is de politie er niet voor teruggedeinsd om wild met vuurwapens te schieten. Voor hun aanvallen ontdoen de agenten zich heel vaak van hun identificatieplaatjes. Dit maakt de juridische follow-up van de excessen onmogelijk.

De jonge demonstranten worden ook geconfronteerd met willekeurige arrestaties en foltering of seksueel misbruik door politieagenten. De politie heeft sinds 28 april meer dan 3.200 mensen gearresteerd. Sommigen van hen zijn heimelijk naar illegale detentieplaatsen gebracht, zoals pakhuizen, supermarkten en busstations.

De verzetsstrijders worden niet alleen blootgesteld aan excessen van de politie, maar ook aan het geweld van gewapende burgergroepen. Aan de ene kant zijn er de “klassieke” paramilitaire groepen, zoals de “Águilas Negras” (Zwarte Adelaars), die demonstranten met de dood bedreigen. Huurmoordenaars van Cali, die banden hebben met de drugshandel, hebben ook een prijs van miljoenen dollars gezet op het hoofd van iedereen die medische hulp verleent aan demonstranten. Het is alarmerend dat de gewonden naar geheime huizen moeten worden vervoerd waar gezondheidsbrigades zich achter gesloten deuren moeten verstoppen om de gewonden hulp te verlenen, klaagt fotojournalist Jahfrann.

Anderzijds zijn er gewapende mannelijke bewoners van welgestelde buurten in Cali die met de politie een front hebben gevormd tegen de demonstranten. Een voorbeeld hiervan is in het zuiden van Cali: “Een meneer van de Centro Democrático partij vertelde me ‘er zijn 25.000 geweren hier in het 22ste district’. Eerst dacht ik dat hij het niet meende,” vertelt Sebastián. Kort daarna schoten gewapende bewoners in witte T-shirts massaal op groepen inheemse bewoners van de Cric.

Niet alleen in Cali, maar in het hele land is het bij protesten schering en inslag geworden dat mensen vanuit rijdende SUV’s of motorfietsen op een manifestatie of demonstratie schieten zonder dat de autoriteiten daar iets aan doen. “Ze vuren dag en nacht genadeloos met hun pistolen, geweren en machinegeweren op mensen”, aldus Sebastián. In Cali patrouilleren ze ‘s nachts met lange geweren door de straten van opstandige buurten.

Het was vooral duidelijk in Cali op 28 mei. Op talrijke video’s zijn tientallen gewapende burgers te zien die samen met de politie met korte en lange vuurwapens, soms met schrikwapens, op demonstranten schieten of hen zelfs arresteren. Bij de aanvallen van de para-politie vielen 14 doden en 98 gewonden, van wie 54 door vuurwapens.

Tegelijkertijd nam het aantal vermiste jongeren toe. Momenteel registreert “Defensa de la Libertad” 84 verdwijningen. Video’s van lichamen die in de rivieren dreven circuleerden in de netwerken. Onlangs nog zijn in Cali lichaamsdelen opgedoken, waaronder het hoofd van een 21-jarige in de kleine stad Tuluá. Eind mei heeft de Oecumenische Commissie het mogelijke bestaan aan de kaak gesteld van ten minste één “hakhuis” (casa de pique) waar mensen in stukken worden gehakt.

Ook problematisch zijn de “infiltrados.” Dit zijn mensen die infiltreren in de protesten, zich vermommen, brand stichten en rellen veroorzaken in winkels of openbare gebouwen. In veel gevallen, horen ze niet bij de demonstranten “De strategie is oud,” zegt Sebastián. Hij beweert dat het gaat om bondgenoten van de politie. “Zij zijn het zelf die zich vermommen als ‘vandalen'”. “We konden ze observeren. Ik kende hun gezichten niet, maar ik wist dat ze geen deel uitmaakten van ons verzet.” Die dag staken ze de onderwijsinstelling in brand.

Balans van prestaties

Enerzijds zijn de enorme protestacties van de eerste maand van de “sociale explosie” geluwd. Tijd en repressie van de overheid spelen daarbij zeker een belangrijke rol. De meeste blokkades zijn door de politie en het leger met bloed en zwaard opgeheven en het stakingscomité heeft de mobilisaties tijdelijk gestaakt.

Anderzijds heeft de protestbeweging, die in tegenstelling tot het stakingscomité op straat wil blijven, veel bereikt: ten eerste een nieuw zelfvertrouwen: Tot nu toe had de gevestigde orde alles bepaald, zegt een woordvoerder van de URC. “We werden altijd beschouwd als ongeschoold, onwetend en mensen zonder genoeg verstand voor deze dingen”. Hij verwijst naar decreet 0304, waarbij het stadsbestuur onder meer het URC erkent als aanspreekpunt en zich verbindt tot een reeks garanties voor de protesten. “Hieruit blijkt dat wij in staat zijn tot het vormgeven van wetgeving.”

Met dit in het achterhoofd heeft de landelijke protestbeweging in haar eerste anderhalve maand al verschillende overwinningen geboekt: Het terugdraaien van de neoliberale belasting- en gezondheidshervormingen, het aftreden van de minister van Financiën, de minister van Buitenlandse Zaken, de hoofdcommissaris van politie van Cali, en een wereldwijde zichtbaarheid van de dictatoriale toestanden in Colombia.

Een andere verwezenlijking betreft het symbolische. De demonstranten hebben de orde van de openbare ruimte omvergeworpen door haar opnieuw te interpreteren. Zij hebben dit gedaan door politiebureaus (CAI’s) te bezetten en er bibliotheken van te maken, door standbeelden ter ere van de koloniale orde omver te werpen en door zelfgemaakte monumenten ter ere van het verzet op te richten. Evenzo door straten, bruggen en pleinen een andere naam te geven om te zinspelen op het verzet, en door ze te blokkeren om de verkeersstroom te bepalen.

Zij slaagden er ook in een brede steun onder de bevolking te verwerven die nooit eerder was gezien. 74 procent van de Colombianen keurt de protesten goed. “Ik heb het gevoel dat de mensen door deze staking een groter politiek bewustzijn hebben gekregen,” zegt Luisa. “Zelfs de mensen die dit soort dingen vroeger niet goedkeurden, beginnen er nu belangstelling voor te krijgen.” Dit komt ook tot uiting in materiële steun. De sprekers binnen alle verzetshaarden blijven zeggen dat zonder de giften, het voedsel, de medicijnen, de matrassen, de dekens en nog veel meer dat veel mensen hen brengen, zij het niet zo lang hadden kunnen uithouden.

Maar de belangrijkste verwezenlijking is misschien wel de ervaring van gedeeld zelfbestuur. “Het zou belangrijk en heel mooi zijn als deze staking de les zou nalaten dat iedereen politiek actief kan zijn zonder politicus te zijn,” vertelt Alejandro, “en dat de macht aan het volk toebehoort. Zij moet dicteren wat er in elke sector moet gebeuren: In elke buurt, in elke gemeenschap.”

Zoals hierboven beschreven, hebben de protestgemeenschappen in het verzet oplossingen gevonden en uitgevoerd voor de behoeften van hun gewone dagelijkse leven. In die zin werden de volksvergaderingen het orgaan van zelfbestuur. In sommige gevallen gingen de debatten verder dan de onmiddellijke protestacties en ging het om beschouwingen over gemeenschapsproduktieprojecten op middellange termijn, waarbij kleine handelaren en kleine ondernemers betrokken waren.

Wat de inhoud van de eisen betreft, is de protestbeweging in feite niet anti-systemisch. Terwijl de sociale bewegingen van de jaren zeventig bijvoorbeeld onteigening, landbezettingen en socialisme eisten, eisen de demonstranten van vandaag niets anders dan wat al in de Colombiaanse grondwet staat: het recht op gezondheid, werk, onderwijs, een ouderdomspensioen en niet te worden doodgeschoten als zij demonstreren.

Maar in de manier waarop zij dit alles eisen, breken zij met de klassieke dynamiek van mobilisatie in het land en met de verwachtingen die het politieke systeem van hen heeft. Zij willen niet langer alleen “de juiste” kandidaat kiezen – wat zij, als het moment daar is, zeker zullen doen – maar zij bouwen structuren van radicale participerende democratie op.

Ondanks de repressieve tijden die in het verschiet liggen, en ondanks een verhevigde campagne om het publiek in diskrediet te brengen, waarop de regering alles blijft inzetten, heeft de recente golf van protesten diepgaande veranderingen in het collectieve bewustzijn verankerd, die moeilijk terug te draaien zijn.

Opmerking: Voor de veiligheid van de geïnterviewden noemen wij de meesten van hen hier bij gewijzigde voornamen.


Voetnoten

1.
In Colombia zijn buurten verdeeld in “estratos,” die gaan van 1 tot 6. Het label verwijst naar de fysieke toestand van de woningen, straten en pleinen van de buurt. “Estrato” 1 staat voor de armste en 6 voor de rijkste gebieden van de stad.
2.
Buurtbewoners van de Cali-wijk Calipso meldden dat zij in de nacht van 19 mei geschreeuw hoorden uit het filiaal van de supermarktketen “Éxito”. Later vonden buurtvertegenwoordigers bloedvlekken binnen. Het medium Canal Dos merkte op dat de supermarkt een hoofdkwartier van de politie was geworden.