Bron: Lode Vanoost, 
op dewereldmorgen.be, 22 november 2019 ~~~ 

Lode Vanoost ~~

De Organisatie van Amerikaanse Staten was allesbehalve een neutrale waarnemer toen ze als eerste de claim van verkiezingsfraude in Bolivia lanceerde. Daar blijkt niets van te kloppen, maar hun verklaring heeft wel de weg geëffend voor de staatsgreep. Mission accomplished.

Het rapport van de Organisatie van Amerikaanse Staten is het centrale element dat verkiezingsfraude door de medestanders van president Evo Morales als enige oorzaak poneert van de protesten die tot de machtsovername leidden. Een en ander is op die manier het gevolg van een oprechte strijd voor het herstel van de democratie.

Een maand na de verkiezingen van 20 oktober wordt van dat rapport van de OAS niet meer gesproken. ‘Verkiezingsfraude’ wordt daarentegen voortdurend herhaald als een evidentie die niet meer moet worden bewezen. Wie dat tegenspreekt is een medestander van het ‘regime’ van Evo Morales, die zijn ondergang alleen te danken heeft aan zijn machtswellust. Eenvoudig, duidelijk.

Zelfs toen Morales instemde met de eis van de OAS voor nieuwe verkiezingen (dus niet voor een tweede ronde tussen Morales en Mesa) ging de staatsgreep door. Het leger dwong Morales tot ontslag en Morales moest voor zijn leven vluchten naar Mexico, een van de Latijns-Amerikaanse landen die hem nog steeds erkent als president van Bolivia.

De OAS?

De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS, OEA in de Spaanse afkorting) werd opgericht in 1948, nog voor de oprichting van de Verenigde Naties. In theorie is de doelstelling samenwerking op cultureel, sociaal, economisch vlak tussen de landen van de Amerika’s – Noord, Centraal en Zuid.

VS-minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo spreekt de OAS toe tijdens de zitting van januari 2019 in Washington DC. Foto: US Department of State/Public Domain

In de praktijk heeft de OAS altijd regeringen en regimes gesteund die uiterst rechts, aartsconservatief en economisch neoliberaal waren en zijn. Geen enkele van de meer dan 50 rechtse militaire staatsgrepen of dictatuur sinds 1948 werd ooit door de OAS afgekeurd.

Daarentegen werden en worden alle linkse regeringen consequent bekritiseerd, vooral voor schendingen van de mensenrechten.

Die schendingen waren soms fictief, soms reëel. De verontwaardiging van de OAS was echter nooit geloofwaardig, omdat systematische schendingen van militaire dictaturen in Colombia, Paraguay, Uruguay, Bolivia (!), Argentinië, Chili, Peru, Nicaragua, El Salvador, Honduras … nooit werden veroordeeld.

De officiële verklaring was steeds dezelfde: de strijd tegen het goddeloze communisme. Sinds het einde van de Koude Oorlog in 1989 is er voor de OAS concreet niets veranderd. Alleen de retoriek veranderde.

De ‘strijd tegen het communisme’ werd ‘de strijd tegen het terrorisme’. In hoofdzaak was en is de OAS nog steeds een creatie van de VS (met Canada en volgzame bondgenoot). Het secretariaat is gevestigd in de VS. Driekwart van de financiële middelen komt van één lidstaat, de VS.

Tegenreactie

Als reactie op de eenzijdigheid van de OAS hebben progressieve presidenten in Venezuela, Ecuador, Bolivia (!), Uruguay en Argentinië vanaf 2000 alternatieve organisaties voor samenwerking opgericht, die als gemeenschappelijk kenmerk hadden dat de VS (en Canada) er geen deel van uitmaakten en dat ze streefden naar eigen Latijns-Amerikaanse economische samenwerking.

De voornaamsten zijn UNASUR (Unión de Naciones Suramericanas), CELAC (Comunidad de Estados Latinoamericanos y Caribeños) en ALBA (Alianza Bolivariana para los Pueblos de Nuestra América), waarvan UNASUR de grootste was.

Oorspronkelijk waren alle Latijns-Amerikaanse staten behalve Peru lid van UNASUR. Tot voor de staatsgreep bleven alleen Bolivia, Venezuela, Uruguay, Suriname en Guyana nog over. Een van de eerste besluiten van het nieuwe regime in Bolivia was het verlaten van al deze organisaties.

Cartagena 2012

Die alternatieve organisaties zetten veel druk op de OAS om zich minder onderdanig op te stellen tegenover de VS. Dat ging zover dat president Obama op de OAS-jaarzitting van 2012 in de Colombiaanse stad Cartagena compleet in de verdrukking werd geduwd. Zelfs gaststaat Colombia, de meest getrouwe en oudste bondgenoot van de VS in Latijns-Amerika, eiste de opheffing van de blokkade tegen Cuba, de reïntegratie van Cuba in de organisatie en daarbovenop een einde aan de ‘oorlog tegen de drugs’ eiste en pleitte voor legalisering van alle drugs. In de slotverklaring stond ondanks hard verzet van de VS vermeld dat dit de laatste OAS-jaarvergadering was zonder Cuba. Obama nam vervolgens de vlucht vooruit met een bezoek aan Cuba.

In 2012 moest Obama in de OAS nog de duimen leggen voor de linkse presidenten
Foto: OAS / Public Domain

Over die afgang van de VS zwegen de westerse mainstream media. Zij hadden alleen aandacht voor een seksschandaal. Een aantal lijfwachten van de afdeling van de Staatsveiligheid voor de persoonlijke bewaking van president Obama bleek na uitgebreid bezoek aan bordelen hun rekening niet te hebben betaald (zie Organisatie Amerikaanse Staten: zware afgang voor VS ).

Sinds de verkiezing van rechtse presidenten in Latijns-Amerika is de OAS snel terug verveld tot zijn vorige gedaante als eenzijdige spreekbuis van de VS. De staatsgrepen in Honduras en Paraguay werden niet veroordeeld. Frauduleuze verkiezingen in Honduras, Haïti en Paraguay werden niet afgekeurd.

De OAS was tevens de enige Latijns-Amerikaanse organisatie die de rechtszaak tegen Braziliaans president Lula niet veroordeelde. Met Luis Almagro als nieuwe OAS-secretaris-generaal hebben de VS bovendien een stevige ideologische bondgenoot aan de top van de organisatie.

Electorale fraude volgens de OAS

De OAS publiceerde drie persverklaringen over de verkiezingen in Bolivia, de eerste verklaring reeds op de dag zelf van de verkiezingen. Volgens de organisatie was er sprake van “talrijke onregelmatigheden”. Daarna wees de OAS op het probleem van de stillegging van de publicatie van voorlopige tellingen (dus niet van de tellingen zelf, zoals dikwijls wordt beweerd), toen Morales 7,9 procent voorstond op zijn voornaamste tegenstander Carlos Mesa.

In Bolivia worden voorlopige resultaten bekend gemaakt door de Transmisión de Resultados Electorales Preliminares (TREP) op de website van de Tribunal Supremo Electoral (TSE – Hoog Kiestribunaal). Voor het stopzetten van de voorlopige TREP-resultaten werden een aantal redenen gegeven. Zo wees men er op dat de publicatie van voorlopige resultaten ook bij de vorige verkiezingen werd onderbroken kort voor de officiële totaalresultaten door de TSE worden bekendgemaakt.

Volgens de Boliviaanse kieswetgeving is de kandidaat met meer dan 50 procent der geldig uitgebrachte stemmen rechtstreeks verkozen in de eerste ronde of indien de sterkste kandidaat meer dan 40 procent heeft behaald met een verschil groter dan 10 procent met de tweede sterkste kandidaat. 

Toen de publicatie na ongeveer 24 uur werd hervat bleek de voorsprong van Morales van 7,9 procent gestegen te zijn naar 10,4 procent, zeer nipt boven de vereiste tien procent. De oppositie schreeuwde zijn verontwaardiging uit en de OAS sprong bij met een rapport over haar vaststellingen.

De chaos die er op volgde had het nu bekende resultaat. Morales stemde in met de eis van de OAS voor nieuwe verkiezingen (niet een tweede ronde, maar alles opnieuw) maar het mocht niet baten. Hij werd door het leger “aangeraden” ontslag te nemen en het land te verlaten “omdat het leger zijn veiligheid niet kon garanderen”. Daarna volgde de machtsovername door Jeanine Añez. Tot daar het verhaal dat sindsdien in de mainstream als de evidente waarheid wordt verkondigd waarover geen enkele discussie meer nodig is.

Enkele logische vragen

  1. Hoe verschilde deze gang van zaken met de vorige drie verkiezingen? Was er bij vorige verkiezingen ook een onderbreking in de publicatie van voorlopige stemresultaten?
  2. Toen de publicatie van de voorlopige resultaten werd stopgezet was ongeveer 84 procent van de tellingen voltooid. Waren de districten waar nog moest geteld worden gelijkaardig aan of verschillend van de districten waar de tellingen al voltooid waren? Hoe evolueerden de resultaten in de laatste momenten van de tellingen bij de vorige drie verkiezingen?
  3. Wat stond er precies in het rapport van de OAS over verkiezingsfraude, welke voorbeelden, welke concrete vaststellingen werden gedaan? Hoe verschilde het OAS-rapport van dat van andere organisaties ter plaatse, die de verkiezingen eveneens volgden?
  1. De voorlopige TREP-resultaten waren net als bij de vorige drie verkiezingen slechts voorlopige resultaten die door de districten zelf worden gepubliceerd. De TSE-Verkiezingscommissie publiceert zoals bij elke verkiezing pas zijn cijfers wanneer alle 100 procent van de tellingen voltooid én geverifieerd zijn. Het is dus niet zo dat de Verkiezingscommissie dit maal ‘wachtte’ met zijn cijfers. Bij de vorige verkiezingen werden de voorlopige resultaten ook altijd stopgezet kort voor de officiële resultaten van de Verkiezingscommissie werden gepubliceerd. Toen gebeurde dat meestal wanneer ongeveer 70 procent van de resultaten bekend waren. Ditmaal werd langer gewacht, tot 84 procent.
  2. Net als bij alle vorige verkiezingen – en volledig in lijn met de gang van zaken in andere Latijns-Amerikaanse landen – waren de resultaten van de meer stedelijke districten veel vroeger bekend dan die van de landelijke en verafgelegen districten met een zeer verspreide bevolking. Morales haalde altijd al veel hogere resultaten in die landelijke kiesdistricten. Ook bij de drie voorbije verkiezingen ging zijn stemmenresultaat altijd omhoog wanneer de laatste tellingen binnenkwamen. De stijging van de laatste ogenblikken was dus geen verrassing, het was altijd al zo.
  3. Het rapport van de OAS komt tot het besluit van verkiezingsfraude zonder concrete voorbeelden te geven van vaststellingen. Alles is gebaseerd op dat éne fenomeen: de stijging van Morales na de hervatting van de publicatie van de voorlopige cijfers.

Als er al verkiezingsfraude was geweest, dan heeft de OAS daar bitter weinig van geconcretiseerd. Bovendien spreekt de organisatie de andere buitenlandse organisaties tegen, waaronder VN-waarnemers, die stellen dat alles normaal was verlopen en dat enkele vastgestelde onregelmatigheden binnen aanvaardbare marges vielen, net zoals er in de EU en in België ook wel een of andere anomalie wordt vastgesteld, zonder dat daarom de verkiezingen ongeldig worden verklaard, of dat het globaal resultaat in vraag wordt gesteld. Zelfs het OAS-rapport stelt op zijn laatste pagina dat Morales ‘waarschijnlijk’ wel gewonnen had.

De OAS heeft al meermaals foutieve rapporten gepubliceerd over verkiezingsresultaten in andere Latijns-Amerikaanse staten. In 2000 en 2001 speelde de organisatie een centrale rol in de afzetting van president Aristide in Haïti. Nogmaals in 2010 en 2011 veranderde de OAS de resultaten in Haïti van een grote nederlaag in een overwinning voor de door hen ‘verkozen’ kandidaat. Dat gebeurde eveneens in 2017 en 2018.

In Haïti woedt nog steeds een volksopstand tegen de ‘verkiezing’ van huidig president Moïse, die volgens onafhankelijke waarnemers ter plaatse slechts 6 procent van de stemmen had behaald. De repressie van die opstand eiste al meer dan 40 doden, toch lees je er bijna niets over in de mainstream media (zie Haïti volksopstand tegen een regime waar u niets over hoeft te horen).

Honduras-scenario II? Niet helemaal

Het scenario van onderbreking van voorlopige resultaten, waarna de kaarten plots zijn gekeerd, is niet nieuw. In Honduras deed zich hetzelfde voor in 2017, met enige belangrijke verschillen.

Daar werd de bekendmaking van de voorlopige resultaten eveneens stilgelegd. Het duurde daarna meerdere dagen voor ze werden hervat. Toen bleek de aanzienlijke achterstand van vijf procent voor zetelend president Juan Orlando Hernández tegen oppositiekandidaat Salvador Nasralla volledig veranderd te zijn in voordeel voor Hernández.

President Hernández mocht in feite niet eens deelnemen, want de Grondwet van Honduras laat geen twee opeenvolgende mandaten voor één persoon toe. Hernández deed geen enkele moeite om via het Hooggerechtshof een uitzondering te vragen. Hij diende zijn kandidatuur in bij de Verkiezingscommissie die hem zonder enige bemerking aanvaardde.

Hernández is lid van de feodale oligarchie, die sinds de door de VS gesteunde staatsgreep van 2009 lucratief collaboreert met buitenlandse bosbouw- en mijnbouwbedrijven en een waar schrikbewind voert met gewapende privé-milities. Hij werkte mee aan de uitverkoop van de pensioenfondsen en aan de privatisering van de openbare gezondheidszorg.

Zijn broer zit in de gevangenis in de VS voor grootschalige drugssmokkel. Voor de OAS was er geen enkel probleem: geen rapporten over verkiezingsfraude, geen eis tot nieuwe verkiezingen. Ook hier gaat het volksverzet tegen zijn verkiezing twee jaar later onverminderd door, evenals de brutale politierepressie (zie Waarom de crisis in Honduras geen frontpagina krijgt).

Terechte kritiek laat de OAS liggen

Dat betekent niet dat deze verkiezingen boven alle kritiek verheven waren. Eerst en vooral blijft er het probleem dat Morales’ deelname een inbreuk was op de Grondwet, die hij zelf in 2009 had georganiseerd. Die laat slechts twee opeenvolgende mandaten voor één persoon toe.

Morales ging weliswaar voor een vierde mandaat, maar zijn allereerste mandaat telde niet mee, omdat hij in 2006 nog was verkozen volgens de vorige Grondwet. Heel wat mainstream media beweren nu dat hij de Grondwet voor de tweede maal overtrad. Dat klopt alvast niet.

Het verandert echter niets aan het feit dat hij nu voor de ‘derde’ maal kon deelnemen, dankzij een juridische interpretatie van de Grondwet door het Hooggerechtshof, waarvan de meerderheid bezet wordt door rechters die hij zelf nog benoemd heeft in de voorbije 13 jaar, maar nogmaals, dit kan geen rechtvaardiging zijn van de huidige uiterst rechtse staatsgreep. De vraag mag gesteld worden of een nieuwe linkse kandidaat met de steun van Morales (en gezien de nipte overwinning van Morales zelf) wel zou gewonnen hebben bij de recente verkiezingen.

Wat er ook van zij, Morales hield niet aan de macht vast voor persoonlijke verrijking of om economische uitbuiting van zijn eigen bevolking verder te zetten, zoals Hernández in Honduras en vele andere rechtse presidenten in Latijns-Amerika. Zijn methode was zeker betwistbaar, maar zijn motieven waren heel anders dan die van het huidige regime.

Zelfs dan, winnen met een verschil van slechts 0,4 procent van de stemmen was zeer nipt. Dan spelen kleine onregelmatigheden in de tellingen immers wel een rol. De oppositie kon dus wel met recht en reden een hertelling eisen of zelfs nieuwe verkiezingen.

Kon Morales alsnog een tweede ronde winnen tegen uitdager Carlos Mesa (die 36 procent had behaald). Dit is onzeker. Alle andere kandidaten zijn rechts tot uiterst rechts. Alles hing er dus van af hoeveel kiezers voor een tweede ronde zouden komen opdagen.

De OAS laat de tegenkandidaat van Morales in dit alles echter volledig vallen. Carlos Mesa behaalde met 36 procent nochtans een aanzienlijk deel van de stemmen. Toch is niet hij de persoon die de OAS steunt om Morales op te volgen, maar de tot voor kort buiten haar kiesdistrict onbekende Jeanine Añez.

Zij is een christelijke fundamentaliste van de witte oligarchie, die met haar partij in een coalitie met een andere rechtse partij slechts 4 procent van de stemmen haalde bij de parlementsverkiezingen.

Mesa eiste weliswaar nieuwe verkiezingen en erkende de uitslag niet, maar heeft zich verzet tegen het geweld van de oppositie tegen Morales, tegen de bedreigingen aan het adres van volksvertegenwoordigers van de MAS, de partij van Morales. Hij was bereid het in een tweede ronde op te nemen tegen Morales. Hij eiste wel een hertelling om die tweede ronde af te dwingen. Sindsdien is de man echter volledig gemarginaliseerd door de nieuwe machthebbers.

Brutale machtsovername

Wat in Bolivia gebeurt, is een brutale machtsovername door een elite die terug wil naar de tijd voor Morales. Morales was niet boven kritiek verheven, zijn beleid was zelfs binnen progressieve kringen controversieel, onder meer wegens zijn verderzetting van een economie gebaseerd op exploitatie van grondstoffen (het ‘extractivisme’).

Bovendien verloor hij de voorbije drie jaar steun bij bepaalde delen van de inheemse Bolivianen en bij een deel van de mijnwerkers. Ook zijn plannen voor een autosnelweg door inheems gebied in het nationaal park Isiboro-Secure riep veel verzet op.

Met enorme hoeveelheden traangas, zo massaal dat zich mistwolken vormen, jaagt de politie de betogers op in Laz Paz om ze de toegang te verhinderen tot de Plaza Murillo, aan het parlement. Foto: Twitter @Marco_Teruggi

Net zomin als een militaire staatsgreep tegen Frans president Macron te rechtvaardigen zou zijn omwille van zijn neoliberaal economisch beleid en van zijn zware repressie van de gele hesjes, net zomin kan de huidige staatsgreep tegen Morales verantwoord worden.

Ten slotte nog dit, als – als! – de overheidsinstellingen onder de leiding van president Morales inderdaad de intentie en het potentieel zouden hebben gehad om de verkiezingen in zijn voordeel te vervalsen, is het merkwaardig dat zijn resultaat van 47,08 procent niet onmiddellijk was ‘aangepast’ tot 50,1 procent of dat de minieme marge van 10,4 procent verschil niet werd opgetrokken tot pakweg 11-12 procent.

Morales heeft het verkiezingssysteem in zijn land op twee vlakken grondig hervormd. Hij heeft de drempel tot het stemrecht voor arme en inheemse Bolivianen verlaagd en vergemakkelijkt.

Dit is dan ook een van de eerste zaken die de huidige machthebbers willen veranderen voor ze opnieuw verkiezingen toelaten. Daarnaast heeft Morales het hele systeem van stemtellingen gemoderniseerd om fraude tegen te gaan, zoals dat voor 2006 altijd al het geval was.

De huidige machthebbers willen geen verkiezingen winnen tegen Morales binnen de contouren van dit systeem. Zij willen integendeel heel het systeem omgooien en het onmogelijk maken voor linkse kandidaten om nog deel te nemen aan verkiezingen.

Wat zij willen is een terugkeer naar het oude Bolivia, waar de meerderheid van de bevolking actief werd ontraden aan verkiezingen deel te nemen, omdat zij toch alleen maar een keuze hadden tussen rechtse kandidaten.

Het nieuwe regime toont ondertussen openlijk zijn brutaliteit. Betogers in La Paz moesten doodskisten op straat achterlaten door de hevige repressie. Daarin lagen de lichamen van de doden in El Alto bij de gasopslagplaats daar (zie de foto boven dit artikel).

De zender TeleSur werd uit de ether gehaald door het regime. Argentijnse en Mexicaanse journalisten worden door soldaten met de dood bedreigd. Het digitaal archief van het kabinet van de vice-president, van de Biblioteca Bicentenario en van het Centro de Investigaciones Sociales werd volledig vernield, waarmee een rijk archief aan e-boeken en onderzoeksrapporten verdwijnt.

UPDATE: de foto boven dit artikel is authentiek. Hier zie je beelden vanuit een andere hoek die de situatie bevestigen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *